Dat ik mijn tweede armpje mis, verdomme

Wat ik heb geleerd van mijn schouderoperatie?

Een heleboel. Maar vooral dit: hoe moeilijk het is om dingen te doen met één arm. En daarbij aansluitend: hoe weinig we erbij stil staan dat we voor nagenoeg alles onze beide handen gebruiken. Hoe erg ik mijn tweede armpje mis, dus.
Daarom, hierbij een lijstje van Dingen-die-je-niet-of-moeilijk-kunt-met-één-hand: Meer lezen

Tien dingen die ik haat aan schrijven

Het was een schrijfopdracht voor mijn cursisten Literaire Creatie, bij wijze van kennismaking. Ze zouden 10 dingen oplijsten die ze haten aan schrijven. En nog eens 10 die ze haten aan nÍet schrijven. Ah ja. Kwestie van een en ander duidelijk te maken.

Makkelijk zat, dacht ik. Die liefde-haatverhouding met het lege blad, daar worstelt elke schrijver toch mee?

Dus deed ik de oefening.

Meer lezen

Blog, blogger, blogst!

 

Het is nog vroeg, ik weet het. Maar ik wil het toch al even aankondigen. Want voor je het weet ontstaat er een stormloop, daar in de bib van Avelgem. En een handgemeen en relletjes en kleine volksopstanden, omdat er geen plaats meer is.

Op donderdag 23/11, 30/11 en 07/12, van 19u tot 21u30, leer ik u fijne blogs te schrijven. Met intrigerende onderwerpen, pakkende titels, en – ach, waarom ook niet – een écht lezerspubliek. Dus doe uzelf een plezier en reserveer nu alvast een plekje. Het bespaart u een een hoop stress en een last minute bloedneus of erger.

Inschrijven kan hier.

Niets doen

 

Niets doen. Mens, dat was lang geleden. Zo lang, dat ik het bijna verleerd was. Af en toe moest ik mezelf zelfs streng toespreken wanneer ik weer eens rusteloos door het vakantiehuis dwaalde, op zoek naar een klusje.
‘Neen, we doen niets! Niemendal, noppes, nada. Gehoord?’
Ik was nietsvermoedend gaan zitten en had mijn laptop opengeklapt. Ik gaf mezelf nog net geen tik op de vingers.
‘Neen! Vandaag niet en morgen al helemaal niet. En als het even kan de dagen daarna ook niet. Lui en vadsig zullen we zijn. Willen of niet!’
Bijna had ik een sok van de grond gepikt, maar ik kon me beheersen.
‘Blijf er af! We doen helemaal niets. Heb je prut in je oren? En kijk: daar ligt een boek!’
Ik stond met een schuursponsje en antikalk in mijn handen. Meedogenloos legde ik ze terug in de kast.
Het leek te werken.
Ik bleef van de computer af. Ik pakte mijn kleren niet uit en leefde uit mijn koffer. Ik schreef niet, waste en streek niet, poetste niet en kookte maar een heel klein beetje. Net genoeg om in leven te blijven. En de afwas deden de kinders. Ook het nadenken en malen probeerde ik binnen de perken te houden, al lukte dat maar met mate – een hardnekkige gewoonte leert een mens niet af tijdens een weekje vakantie.
Lezen deed ik mateloos.

Het lukte, maar het ging niet vanzelf. Al na één dag vertoonde ik afkickingsverschijnselen: rusteloosheid, hoofdpijn en vreemde tics op ongepaste momenten. Weer sprak ik mezelf streng toe.
‘Ach ach. Niets wat met een goed boek, een glas wijn en een degelijke nachtrust niet te genezen valt. Toch?’
Maar dat schrijvershoofd, dat wilde niet mee. Het bleef maar malen.
Ik had toch een schrift meegebracht?
Waarvoor diende dat anders dan om te schrijven?
Toe? Een klein beetje maar. Een regeltje of vier.
‘Neen. We doen niets! Dus ook niet schrijven.’
Ik bleef twijfelen. Geloofde mezelf niet helemaal.
Overal zag ik verhaallijnen voorbij komen, dichtregels, personages, titels en tekstflarden. Hoe minder ik ernaar op zoek ging, des te talrijker ze werden. Ik schreef ze niet neer, maar borg ze veilig op in een van de vele laatjes in mijn hoofd. Voor later. Na een paar dagen waren het er zo veel, dat ik vreesde ze te vergeten. Dus nam ik stiekem mijn schrift en schreef er een paar op.
Mijn reactie liet niet op zich wachten.
‘Proper.’
Dat is niet echt schrijven. Het zijn maar enkele woorden.
‘Ja hoor. Natuurlijk.’
Ik legde het schrift weer aan de kant. Met heel veel moeite. Ik zou mezelf nog even respijt gunnen. Nog even niets doen en de ideeën koesteren. Als ze goed genoeg waren, zouden ze de vakantie wel overleven.

Ik ben benieuwd.

Groeten uit het Lijsternest #4: Heimwee

Natuurlijk is er heimwee, ook al ben je niet ver van huis.

Je mist je man, je huis, je honden en je diepvries. Je boeken, je ligbad, de jurk die je vergeten bent en je printer. De veiligheid van de bekende omgeving en van altijd iemand dichtbij.

En je kinderen. Vooral je kinderen. (Zij jou waarschijnlijk ook heel af en toe – al zullen ze dat niet zeggen. Tieners zijn te stoer om zoiets sentimenteels als gemis openlijk te belijden. Gelukkig.)

Toch blijf je halsstarrig waar je bent. Want af en toe – een keer of wat om de vier jaar – is het goed om de deur achter je dicht te trekken en te staren door een ander raam naar een wereld die zoveel stiller is. En grijzer ook, bij tijden, maar stiller toch vooral en wijdser.

img_1541

Groeten uit het Lijsternest # 2 – Bloed en drama

2016-11-02-13-31-53

Ik zou vandaag de wandeling van het Streuvelspad doen. Dat is een tochtje van dik 6 kilometer, dat hier aan de deur start. Nu moet ik toegeven: ik had al eens op de routeplanner gekeken of ik hier en daar een stuk kon afsnijden, voor als het te lang zou worden/ het te lastig zou worden/mijn voeten pijn zouden doen het zou regenen. Maar kijk: ik wandelde het hele ding af, meermaals vrolijk neuriënd en heel af en toe zelfs een beetje huppelend, behalve op de stukken waar het bergop ging, uiteraard. Daar had ik het te druk met hijgen.

2016-11-02-14-24-08   2016-11-02-13-36-48 2016-11-02-14-23-35   2016-11-02-14-18-53   2016-11-02-13-37-39   2016-11-02-13-31-42

Tegen het einde viel er al eens een druppel regen, maar toen was het al te laat om nog een binnenweg te nemen. En toen kreeg ik zeer aan mijn hiel. Daar zat een blaar op van 2 dagen geleden, die ik had opgelopen toen ik voor het eerst mijn steunzolen had uitgeprobeerd tijdens een wandeling. Ik had er veiligheidshalve een pleister op gelegd, maar helaas.

Dit was het resultaat bij aankomst in het Lijsternest – net voor een stevige plensbui, trouwens:

2016-11-02-18-48-46

Enfin. Ik ben best trots op mezelf. Het was een ontzettend mooie wandeling, getuige de foto’s, en ik veronderstel dat ik er deugd van heb gehad, al zal dat voor mijn voet net iets minder zijn. Maar wie maalt er om een voet? Het gaat toch om de gezonde geest, nietwaar?

(blablabla, blablabla.)

En als u mij nu wilt excuseren. Ik ga moet even gaan liggen, met mijn pikkels omhoog. Met een glas wijn en een stuk pizza erbij.

 

Groeten uit het Lijsternest #1

2016-11-01-10-33-50

En dan zit je daar: aan de schrijftafel van een illustere streekgenoot, met een leeg tafelblad zo groot als een bed en een uitzicht zoals je je dat alleen maar wensen kunt in dromen zonder einder. Van de weeromstuit bekruipt je een gevoel van onrust, omdat je beseft dat je voor het eerst in eeuwen niets anders te doen hebt dan dat: schrijven.

Schrijven.

Schrijven.

In dit huis hoeft niet gekookt, niet gewassen en niet gepoetst. Er zijn geen nota’s in de schoolagenda, geen kwijtgeraakt turngerief en geen godvergeten brooddozen. Er moeten geen vuile sokken of onderbroeken opgeraapt, geen ramen gelapt en zelfs even geen lessen voorbereid.

Er moet alleen geschreven worden.

Maar dat kan wachten. Heel even nog. Tot het beeld van de late mais die onophoudelijk knispert en ritselt – ook al staat er geen spiertje wind – iets minder hypnotiserend wordt en je aan iets anders kunt denken dan die ene zakdoek, rood met wit, zo’n vijfendertig jaar geleden. Hoe je hem vastbond in het midden van het eindeloze veld, zo prachtig goed verstopt dat niemand hem kon vinden. Hoe de zoektocht gestaakt moest worden omdat de boer in aantocht was voor de oogst. En hoe het ding ook daarna onvindbaar bleef. Niets schoot ervan over; geen reepje, geen draad, geen rafel.

En het geluid van de maaidorser daarbij.

 

2016-11-01-08-13-02