Penhuis

Ik weet niet hoeveel kaartjes er beschikbaar waren, maar ze waren allemaal verkocht. Een vol (Pen)huis! En dat op een zondagmorgen om 10u30.

Dat is ook logisch: niemand minder dan Connie Palmen werd er geïnterviewd door Yves Van Durme. Het was een fijn gesprek, met mooie inzichten in haar werkethiek (‘Discipline is het allerbelangrijkste.’ Dankjewel daarvoor, Connie. En: ziejewel, cursisten?), haar relativeringsvermogen (‘Kritische recensies doen me niets. Dat heb ik te danken aan mijn arrogantie.’) en haar relatie met het publiek (‘Direct contact is niet de bedoeling.’).
Er werd best veel gelachen, ook al ging het vaak over erg pijnlijke zaken.
Eerlijk: ik las al een paar boeken van Palmen, en ik bewonder haar zeer. Ik had wel een vermoeden dat ze gevoel voor humor had. Maar ik wist niet dat ze zó grappig was.

Bovendien was ook het kader erg aangenaam. De oude oranjerie aan de Broelkaai is een prachtig decor, dat het midden houdt tussen gracieus verval en aangename restauratie. Alleen de geluidsinstallatie liet het afweten – na minutenlang gezoem en talloze ijdele interventies besloten de sprekers het gesprek zonder microfoons voort te zetten. Het merendeel van het publiek hoorde alsnog wat er werd gezegd. Behalve blijkbaar de dame schuin achter mij, die alle belangrijke quotes nog eens (vreselijk) luid door haar buurvrouw liet herhalen. En er vervolgens commentaar op gaf.

Maar goed.
Aan het lezen nu. Ik zit immers halfweg ‘De Wetten’ en ook ‘Jij zegt het’ ligt al te lonken. En dan is er nóg zoveel moois dat wacht om gelezen te worden.

 

Niets doen

 

Niets doen. Mens, dat was lang geleden. Zo lang, dat ik het bijna verleerd was. Af en toe moest ik mezelf zelfs streng toespreken wanneer ik weer eens rusteloos door het vakantiehuis dwaalde, op zoek naar een klusje.
‘Neen, we doen niets! Niemendal, noppes, nada. Gehoord?’
Ik was nietsvermoedend gaan zitten en had mijn laptop opengeklapt. Ik gaf mezelf nog net geen tik op de vingers.
‘Neen! Vandaag niet en morgen al helemaal niet. En als het even kan de dagen daarna ook niet. Lui en vadsig zullen we zijn. Willen of niet!’
Bijna had ik een sok van de grond gepikt, maar ik kon me beheersen.
‘Blijf er af! We doen helemaal niets. Heb je prut in je oren? En kijk: daar ligt een boek!’
Ik stond met een schuursponsje en antikalk in mijn handen. Meedogenloos legde ik ze terug in de kast.
Het leek te werken.
Ik bleef van de computer af. Ik pakte mijn kleren niet uit en leefde uit mijn koffer. Ik schreef niet, waste en streek niet, poetste niet en kookte maar een heel klein beetje. Net genoeg om in leven te blijven. En de afwas deden de kinders. Ook het nadenken en malen probeerde ik binnen de perken te houden, al lukte dat maar met mate – een hardnekkige gewoonte leert een mens niet af tijdens een weekje vakantie.
Lezen deed ik mateloos.

Het lukte, maar het ging niet vanzelf. Al na één dag vertoonde ik afkickingsverschijnselen: rusteloosheid, hoofdpijn en vreemde tics op ongepaste momenten. Weer sprak ik mezelf streng toe.
‘Ach ach. Niets wat met een goed boek, een glas wijn en een degelijke nachtrust niet te genezen valt. Toch?’
Maar dat schrijvershoofd, dat wilde niet mee. Het bleef maar malen.
Ik had toch een schrift meegebracht?
Waarvoor diende dat anders dan om te schrijven?
Toe? Een klein beetje maar. Een regeltje of vier.
‘Neen. We doen niets! Dus ook niet schrijven.’
Ik bleef twijfelen. Geloofde mezelf niet helemaal.
Overal zag ik verhaallijnen voorbij komen, dichtregels, personages, titels en tekstflarden. Hoe minder ik ernaar op zoek ging, des te talrijker ze werden. Ik schreef ze niet neer, maar borg ze veilig op in een van de vele laatjes in mijn hoofd. Voor later. Na een paar dagen waren het er zo veel, dat ik vreesde ze te vergeten. Dus nam ik stiekem mijn schrift en schreef er een paar op.
Mijn reactie liet niet op zich wachten.
‘Proper.’
Dat is niet echt schrijven. Het zijn maar enkele woorden.
‘Ja hoor. Natuurlijk.’
Ik legde het schrift weer aan de kant. Met heel veel moeite. Ik zou mezelf nog even respijt gunnen. Nog even niets doen en de ideeën koesteren. Als ze goed genoeg waren, zouden ze de vakantie wel overleven.

Ik ben benieuwd.

Gelezen in de maand februari

Ja, het tempo is alweer gezakt.

Dat was onvermijdelijk, na de vliegende start in januari. Maar hé: het is een drukke maand geweest, professioneel én privé. En om het goed te maken met mezelf, kocht ik de voorbije weken voor de verandering eens lekker veel boeken. In Kortrijk en in Londen (maar daarover later meer). Dit is wat ik las:

  • Moranthologie | Caitlin Moran: bundeling van columns. Aanradertje voor wie al eerder iets van haar las (zoals ‘How to build a girl’ – echt zalig!) en op zoek is naar korte, pittige stukjes in haar eigen, grappige stijl. Met schitterende columns over o.a. sociale uitkeringen, Lady Gaga en vrouwenquota. ***
  • Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd | Siel Verhanneman: poëziedebuut van een jonge Kortrijkse dichteres, die bij tijden ook voor het onnavolgbare Fille Folle schrijft. Soms straf, soms iets minder. Maar wel intrigerend. **
  • Liefde in tijden van cholera | Gabriel García Márquez: tja. Het is Márquez, en daar ben ik al heel lang een beetje verliefd op. Ik moet ervan huilen, eigenlijk. En soms ook heel hard lachen. En jaloers zijn, omdat het zo schoon is en wat voor een fantastische mens moet dat niet geweest zijn en waarom is hij dood? Enfin: iedereen moet dit lezen. Daar komt het zo ongeveer op neer. **** of ***** (kies zelf maar.)
  • God sta het kind bij | Toni Morrison: Het is geen Márquez, maar ik ben toch ook redelijk verliefd op deze Nobelprijswinnares (ondanks dat ze mij vooral doet huilen en niet lachen). Ik las eerder al ‘The Bluest Eye’ en ‘Beminde’, en ben sindsdien onvoorwaardelijke fan. *****
Nog tips? Shoot!

Ik heb – geloof ik – ergens nog wel een paar centimeter boekenplank over. (Grapje: alles staat vol! Maar ik heb geen bezwaar tegen dubbele rijen. Of boeken op de grond. Of op de vensterbank of de rand van het bad.)

Gelezen in de maand juli

Oei, wat was dat lang geleden. Zó lang, dat ik niet eens ver genoeg naar beneden gescrold raakte om het op te zoeken. Niet dat ik in de tussentijd niets gelezen heb, maar er was blijkbaar geen tijd om daar een neerslagje van te maken.

Bij deze dus :

  • De Patrick Melrose-romans, Edward St Aubyn: venijnig is ongetwijfeld het juiste woord om deze 4-delige romancyclus te omschrijven. En grappig. En aangrijpend en degoutant, bij momenten. Enfin, een absolute aanrader voor wie wil weten hoe ongelofelijk decadent het leven van de Britse upper class wel niet is, daardoor ontroerd wil raken en ook nog eens flink wil lachen onderweg. *****
  • Ik kom terug, Adriaan Van Dis: graag gelezen en bij momenten erg ontroerd door geraakt. Maar het is nu een maand later, en ik herinner mij helaas niet veel meer dan flarden. (Dat gebeurt de laatste tijd wel vaker. Zou ik aan vroegtijdige dementie lijden? Oh, whatever…) Over een zoon en zijn moeder, die een vreemd pact sluiten: hij helpt haar te sterven, dan helpt zij hem een boek over haar te schrijven. (Kijk, het komt al een beetje terug. Volgens mij is het gewoon een kwestie van bezig te blijven.) ***
  • Hoe Napoleon zijn verjaardag vierde, Danny De Vos: jeugdboek, 11+. Vlot verhaal met een link naar de 200ste verjaardag van de Slag bij Waterloo. Sommige verhaallijnen en personages hadden net iets sterker uitgewerkt mogen worden, maar laat dat de pret niet bederven. Voor kinders die graag wat historische info in hun avonturenverhaal geserveerd krijgen. ***
  • De dag dat we Andy zijn arm afzaagden, Marnix Peeters: tja. Ik had me al langer voorgenomen om iets van Peeters te lezen, hoewel ik al vermoedde dat het mijn ding niet zou zijn. Ik had gelijk en toch weer niet. Sommige verhaalvondsten en personages zijn werkelijk fantastisch – de beer met drie poten was onvergetelijk – maar worden helaas onderuit gehaald door de platte humor, de soms behoorlijk smakeloze beschrijvingen en het slordige vertelwerk. Jammer. **
  • Lionel Aso, Martin Amis: wow! Wat was dat? Ik had nog niet eerder iets gelezen van Amis, maar hij staat definitely op mijn leeslijst vanaf nu. Het boek gaat over Lionel Aso, een ongeëvenaard stuk tuig dat tijdens een verblijf in de gevangenis de lotto wint, en zijn neef Des, die sex heeft met zijn grootmoeder, de moeder dus van Lionel. Het ligt nogal voor de hand dat hier niets goeds kan uit voortkomen, en dan druk ik mij nog eufemistisch uit. Werkelijk, mensen: lezen dat boek! *****
  • Wij waren hier, Karen Thomspon Walker: houdt het midden tussen Young Adult en volwassenenboek. Zelf zou ik het eerder onder YA plaatsen, omdat er vrij veel uitgelegd wordt, waardoor een volwassen lezer weinig inspanning hoeft te leveren. Dat is echter geen waardeoordeel! Hebt u als belezen volwassen mens goesting in dit boek, laat het dan zeker niet liggen. Je krijgt in ruil voor je (minimale) inspanning een mooie dystopie, over wat er zou gebeuren als de aarde steeds trager rond haar as ging draaien. ****
  • Jij en ik, Niccolò Ammaniti: schoon, ontroerend en kwetsbaar. Over een jongen die vrij extreme maar bijzonder originele maatregelen neemt (ik kan écht niet verklappen wat!), omdat hij zijn moeder wil wijsmaken dat hij een normaal functionerend kind. Wat hij dus overduidelijk níet is. Nog een auteur die op mijn leeslijstje komt te staan. ****

Zo. Dat waren ze voor vorige maand. Vooral boeken voor volwassenen, zie ik nu. Hoewel dat geen bewuste keuze was. Maar kijk: ik maak het deze maand nog goed.

Wordt vervolgd!

boeken