Uit de bocht

Ik was te laat vertrokken.
Dat gebeurt wel vaker, en het is nooit een goed plan. Erg snel rijden doe ik gelukkig al een tijdje niet meer – de te zware voet behoort tot een ver en roekeloos verleden – maar mezelf opjutten als een (stress)kip zonder kop kan ik nog steeds als de beste. Gelukkig was de Dochter mee om me enigszins te kalmeren. Ik had ook reden om op tijd te willen komen. Er is immers niet elke dag een tentoonstelling van een van je favoriete illustratoren op een boogscheut van je eigen huis.

Bert Dombrecht is de max. En dat zeg ik niet alleen omdat we samen een boek hebben gemaakt. Dat zegt iedereen met ogen in zijn of haar hoofd. Bert kan namelijk tekenen. En schilderen. En hij heeft meer humor in zijn kleine teen dan u en ik en nog vijfendertig andere mensen samen. En hij doet daar erg chill over. Zo chill, dat het bijna niet meer normaal is. Want kijk eens, mensen. Kijk eens wat Bert maakt!

Enfin.
Ik zou daar behoorlijk lyrisch over kunnen doen. Ik heb dat ook gedaan, deze voormiddag. Denk ik. Want zoals ik al zei, liep ik nogal gestresseerd rond. En het enige wat daartegen helpt – bij mij althans – is praten. Als een kieken zonder kop. Totaal uit de bocht. Gelukkig bracht de Dochter mij op een bepaald ogenblik een glas wijn. Dat helpt ook, want terwijl ik drink kan ik niet praten.

Maar wat ik eigenlijk wou zeggen: het was een erg mooie tentoonstelling, daar in Zwevegem. Met originele schilderijen, hoezen van albums, boeken en gitaren. En de allermooiste schetsboekjes. Bovendien verkoopt Bert – heel uitzonderlijk! want Bert verkoopt meestal niks niemendal (behalve de boeken, natuurlijk) – beperkte oplages van zijn werk. Vraag ernaar in de bib. Zij zullen u graag helpen. Al zult u volgens mij snel moeten zijn.

Nog tot 11 november in de bibliotheek van Zwevegem.
’t Is graag gedaan.

 

Penhuis

Ik weet niet hoeveel kaartjes er beschikbaar waren, maar ze waren allemaal verkocht. Een vol (Pen)huis! En dat op een zondagmorgen om 10u30.

Dat is ook logisch: niemand minder dan Connie Palmen werd er geïnterviewd door Yves Van Durme. Het was een fijn gesprek, met mooie inzichten in haar werkethiek (‘Discipline is het allerbelangrijkste.’ Dankjewel daarvoor, Connie. En: ziejewel, cursisten?), haar relativeringsvermogen (‘Kritische recensies doen me niets. Dat heb ik te danken aan mijn arrogantie.’) en haar relatie met het publiek (‘Direct contact is niet de bedoeling.’).
Er werd best veel gelachen, ook al ging het vaak over erg pijnlijke zaken.
Eerlijk: ik las al een paar boeken van Palmen, en ik bewonder haar zeer. Ik had wel een vermoeden dat ze gevoel voor humor had. Maar ik wist niet dat ze zó grappig was.

Bovendien was ook het kader erg aangenaam. De oude oranjerie aan de Broelkaai is een prachtig decor, dat het midden houdt tussen gracieus verval en aangename restauratie. Alleen de geluidsinstallatie liet het afweten – na minutenlang gezoem en talloze ijdele interventies besloten de sprekers het gesprek zonder microfoons voort te zetten. Het merendeel van het publiek hoorde alsnog wat er werd gezegd. Behalve blijkbaar de dame schuin achter mij, die alle belangrijke quotes nog eens (vreselijk) luid door haar buurvrouw liet herhalen. En er vervolgens commentaar op gaf.

Maar goed.
Aan het lezen nu. Ik zit immers halfweg ‘De Wetten’ en ook ‘Jij zegt het’ ligt al te lonken. En dan is er nóg zoveel moois dat wacht om gelezen te worden.

 

Neerwaartse hond

Gisterenmorgen was zonder twijfel het spannendste moment van de week: zou ik uit mijn bed raken of niet? En indien ja: op welke manier?

Ik was een dag eerder namelijk voor het eerst naar de yogales geweest. Om 7u ’s morgens, om precies te zijn. Gezien de rit naar de yogaplek 25 minuten bedroeg, betekende dat om 5u50 opstaan. Jep. U leest het goed. VIJF. UUR. VIJFTIG. Oftewel: tien voor zes. Op een vrije ochtend. Als de knoop eenmaal doorgehakt is, laat ik mij niet afschrikken door iets onnozels als een ontiegelijk vroeg uur.

Ik zou u de hele yogales in detail kunnen beschrijven.

Maar er gebeurde zo veel, dat ik eerlijk gezegd niet precies meer weet wat. Behalve dit: we hebben gezoemd. Én het was een stuk lastiger dan ik had gedacht. Dat laatste ligt uiteraard uitsluitend aan mij. Ik was er immers van overtuigd
1. dat er meer gemediteerd dan bewogen zou worden
2. dat al die poses nu ook zó vreselijk moeilijk niet konden zijn – heel instagram staat er immers vol mee
3. dat ik er dankzij mijn lichte hypermobiliteit geen moeite mee zou hebben om mij in vreemde bochten te wringen.
Dat viel dik tegen.
Maar voor de rest viel het ontzettend goed mee.

Het was (op een lastige manier) prettig

– al zal het nog even duren eer ik de neerwaartse hond als een ontspannende pose kan zien. Ik had de rest van de dag veel meer energie dan anders en de spierpijn bleek de volgende ochtend inderdaad peanuts, net zoals de redelijk fantastische yogi-Vanessa mij had voorspeld. Zodat ik uiteindelijk probleemloos en net even elegant als andere dagen uit bed rolde. Ik kijk er dus ontzettend naar uit om volgende week opnieuw te gaan.

Én! Er zijn nog plaatsen vrij. Hoera hoera! Info vind je hier.
Tot volgende week?

 

 

 

 

Bananenbladeren

Ik kocht een paraplu.

Dat is geen opzienbarend nieuws, ik weet het. Vooral niet in het licht van de aanzienlijke hoeveelheden paraplu’s die ik in mijn leven al heb gekocht, uitgeleend, verloren, stukgemaakt of domweg achtergelaten.

En toch denk ik dat het met deze anders zal zijn.

Want! Het is er eentje van bananenbladeren.

Niet echt, natuurlijk. Het is gewoon drukwerk. Maar zeg nu zelf: een regenachtige dag wordt er op slag een stuk vrolijker door. (En hij doet mij ook denken aan Latijns-Amerika. Wat altijd een plus is!)

Braaf geweest

Ze hadden trouwens nog massa’s andere leuke spullen in de Vreemde Eend. Tassen, schriften, juweeltjes, speelgoed, schalen, thee, pennenzakken, brooddozen en nog veel meer. Ik ben braaf geweest en heb mij aan het plan gehouden. Één paraplu. Dat was wat ik zou kopen. Niet meer en niet minder.

En een stuk of wat kaartjes, een T-shirt en een pak chocolade.

Wat nog steeds een prestatie is, een zo’n winkel. Want mensen, kijk eens wat ik allemaal níet heb meegebracht! Ik ben dus best trots op mezelf.

Ne frak van een Dutske sarze

Tot een jaar geleden wist ik nauwelijks wat een podcast was. Ik ben er nog steeds niet in thuis, maar ik durf er af en toe wel eentje te beluisteren. En dit is een specialleke. Gemaakt door een vriendin, en met bijdrages van de Dochter en mijn jonge en minder jonge cursisten.

Waarom u dit gewoon móet horen:

Omdat het gaat over naaimachines die zichzelf terugverdienen, over meisjes die op hun elfde andermans huishouden deden en over vluchten voor de bommen in je bloot gat. Over plooirokskes op de kostschool, vechten voor lange broeks voor ’t vrouwvolk, olifantenpijpen en laqué schoenen. Over flashy fluovesten, ontplofte froufrous, epauletten en kakbroeken.

En omdat de dingen au fond net iets minder veranderen dan u had gedacht.

Luisteren kan hier.