Over grapjes, spanningsbogen en lesboeken

Fictie is mijn forte.
Tenminste, dat dacht ik tot voor kort.
Want kijk: er moet ook brood op de plank en geld op de bank. En dat is met fictie niet altijd makkelijk. Daarom nam ik de voorbije twee jaar steeds meer schrijfopdrachten aan die weinig tot niets te maken hadden met wat ik gewoonlijk doe.

     

Van lesboeken tot trouwmagazines

Ik schreef over de meest uiteenlopende onderwerpen: van struisvogels over historische uitvindingen tot scheepvaart, van het dierenasiel over een feest-doe-boek tot artikels voor een trouwmagazine. Op die manier zijn er op twee jaar tijd ettelijke duizenden woorden uit mijn pen gekropen.
En het vreemdste is: ik deed het (bijna) allemaal even graag.

Goesting om voort te lezen

In feite is het schrijven van non-fictie (en zelfs van commerciële teksten) niet zó verschillend van fictie. Je bent in beide gevallen afhankelijk van de goodwill van je lezer. Van zijn of haar goesting om voort te lezen. En dat moet je verdienen, want iedereen heeft wel wat beters te doen dan jouw teksten verslinden.
Hoe je dat doet?
Met mooie woorden en correcte zinnen, uiteraard.
Maar ook met originaliteit en stijl. En zelfs met een flinke portie humor en spanning.

Humor?

In een lesboek over historische uitvindingen?
Jazeker.
Voorál in dat soort teksten. Je hebt weinig ander gereedschap om je lezer bij zijn nekvel te grijpen, toch? De uitvinding van het wiel was immers niet echt een ijzingwekkend spannende gebeurtenis. Of een verhaal met een twist, een onverwachte clou of massa’s cliffhangers. Wil je de lezer blijven boeien, dan kun je maar beter leuk uit de hoek komen.

En spanning dan?

In een trouwmagazine?
Euh… ja hoor. Echt wel.
Natuurlijk gaat het hier niet om spanning als in ‘wie-heeft-het-gedaan’ of ‘wat-staat-er-straks-weer-te-gebeuren’. Maar je moet wél de nieuwsgierigheid van je lezer prikkelen. En dat lukt niet als je gewoon rechttoe rechtaan je ding vertelt. Dan haakt de lezer af. Het gaat erom de informatie met mondjesmaat vrij te geven, zodat er steeds een reden is om door te lezen.

Non-fictie als experimenteerklasje

Alles draait om opbouw: het doseren van informatie en die afwisselen met humor en leuke vondsten. Om het creëren van een spanningsboog.
In die zin kun je zeggen dat non-fictie schrijven de ideale manier is om te experimenteren met verteltechnieken. Niet wát je vertelt is het belangrijkste, maar hoe je het vertelt. En dat komt prima van pas als je later weer fictie gaat schrijven.

Áls je nog weer fictie gaat schrijven.
Want eerlijk: non-fictie is minstens net zo leuk.

 

Heb je zelf nog tips over het schrijven van non-fictie? Reageer er gerust op los!

Blog, blogger, blogst!

 

Het is nog vroeg, ik weet het. Maar ik wil het toch al even aankondigen. Want voor je het weet ontstaat er een stormloop, daar in de bib van Avelgem. En een handgemeen en relletjes en kleine volksopstanden, omdat er geen plaats meer is.

Op donderdag 23/11, 30/11 en 07/12, van 19u tot 21u30, leer ik u fijne blogs te schrijven. Met intrigerende onderwerpen, pakkende titels, en – ach, waarom ook niet – een écht lezerspubliek. Dus doe uzelf een plezier en reserveer nu alvast een plekje. Het bespaart u een een hoop stress en een last minute bloedneus of erger.

Inschrijven kan hier.

Niets doen

 

Niets doen. Mens, dat was lang geleden. Zo lang, dat ik het bijna verleerd was. Af en toe moest ik mezelf zelfs streng toespreken wanneer ik weer eens rusteloos door het vakantiehuis dwaalde, op zoek naar een klusje.
‘Neen, we doen niets! Niemendal, noppes, nada. Gehoord?’
Ik was nietsvermoedend gaan zitten en had mijn laptop opengeklapt. Ik gaf mezelf nog net geen tik op de vingers.
‘Neen! Vandaag niet en morgen al helemaal niet. En als het even kan de dagen daarna ook niet. Lui en vadsig zullen we zijn. Willen of niet!’
Bijna had ik een sok van de grond gepikt, maar ik kon me beheersen.
‘Blijf er af! We doen helemaal niets. Heb je prut in je oren? En kijk: daar ligt een boek!’
Ik stond met een schuursponsje en antikalk in mijn handen. Meedogenloos legde ik ze terug in de kast.
Het leek te werken.
Ik bleef van de computer af. Ik pakte mijn kleren niet uit en leefde uit mijn koffer. Ik schreef niet, waste en streek niet, poetste niet en kookte maar een heel klein beetje. Net genoeg om in leven te blijven. En de afwas deden de kinders. Ook het nadenken en malen probeerde ik binnen de perken te houden, al lukte dat maar met mate – een hardnekkige gewoonte leert een mens niet af tijdens een weekje vakantie.
Lezen deed ik mateloos.

Het lukte, maar het ging niet vanzelf. Al na één dag vertoonde ik afkickingsverschijnselen: rusteloosheid, hoofdpijn en vreemde tics op ongepaste momenten. Weer sprak ik mezelf streng toe.
‘Ach ach. Niets wat met een goed boek, een glas wijn en een degelijke nachtrust niet te genezen valt. Toch?’
Maar dat schrijvershoofd, dat wilde niet mee. Het bleef maar malen.
Ik had toch een schrift meegebracht?
Waarvoor diende dat anders dan om te schrijven?
Toe? Een klein beetje maar. Een regeltje of vier.
‘Neen. We doen niets! Dus ook niet schrijven.’
Ik bleef twijfelen. Geloofde mezelf niet helemaal.
Overal zag ik verhaallijnen voorbij komen, dichtregels, personages, titels en tekstflarden. Hoe minder ik ernaar op zoek ging, des te talrijker ze werden. Ik schreef ze niet neer, maar borg ze veilig op in een van de vele laatjes in mijn hoofd. Voor later. Na een paar dagen waren het er zo veel, dat ik vreesde ze te vergeten. Dus nam ik stiekem mijn schrift en schreef er een paar op.
Mijn reactie liet niet op zich wachten.
‘Proper.’
Dat is niet echt schrijven. Het zijn maar enkele woorden.
‘Ja hoor. Natuurlijk.’
Ik legde het schrift weer aan de kant. Met heel veel moeite. Ik zou mezelf nog even respijt gunnen. Nog even niets doen en de ideeën koesteren. Als ze goed genoeg waren, zouden ze de vakantie wel overleven.

Ik ben benieuwd.

Een workshop!

Inderdaad, een workshop. Waarbij ik iedereen begeleid die zijn eerste stappen wil zetten in de wondere wereld van het kortverhaal. Hoera, hoera, dát was lang geleden. (Ik durf zelfs niet naar beneden te scrollen om te zien hoe lang precies.)

Afspraak op vrijdag 10 februari van 14u tot 17u in de prachtige bibliotheek Kris Lambert in het schone Oostende. En alsof dat nog niet genoeg is, kost het u ook nog eens niks niemendal. Nul, noppes, nada. Daarvoor kan een mens niet sukkelen, me dunkt. Meer dan een potlood en een blad papier hebt u trouwens ook al niet nodig. En anders leen ik u wel een stylo en kunt ge desnoods op uw armen, benen en andere lichaamsdelen krabbelen. Een mens moet inventief zijn, nietwaar.

Ik zie u dus massaal opdoemen, daarginds. Nadat u ingeschreven hebt, welteverstaan. En dat kan hier.

 

Groeten uit het Lijsternest #4: Heimwee

Natuurlijk is er heimwee, ook al ben je niet ver van huis.

Je mist je man, je huis, je honden en je diepvries. Je boeken, je ligbad, de jurk die je vergeten bent en je printer. De veiligheid van de bekende omgeving en van altijd iemand dichtbij.

En je kinderen. Vooral je kinderen. (Zij jou waarschijnlijk ook heel af en toe – al zullen ze dat niet zeggen. Tieners zijn te stoer om zoiets sentimenteels als gemis openlijk te belijden. Gelukkig.)

Toch blijf je halsstarrig waar je bent. Want af en toe – een keer of wat om de vier jaar – is het goed om de deur achter je dicht te trekken en te staren door een ander raam naar een wereld die zoveel stiller is. En grijzer ook, bij tijden, maar stiller toch vooral en wijdser.

img_1541

Groeten uit het Lijsternest #3: afkicken

img_1386

Of het niet stilaan gaat vervelen, vroeg iemand een paar dagen geleden, weken aan een stuk in je eentje met alleen maar boeken en schrijfspullen om je heen. Daar moet je toch gek van worden?

Absoluut niet.

Boeken zijn namelijk uitstekend gezelschap. En ook met de schrijfspullen wil het best vlotten. (Ze werken niet altijd mee zoals ik zou willen, maar na lang onderhandelen hebben we uiteindelijk een akkoord bereikt. Het komt hierop neer: of ze werken mee, of ik smijt ze buiten. Ik ben nogal dictatoriaal in mijn onderhandelen.)

Toch heb ik moeten afkicken; van de drukte, de chaos en de stress die een fulltime job in combinatie met een halftijdse schrijfcarrière en een huishouden van vijf met zich mee brengen. De eerste dagen hier in mijn nest liep ik verloren. Het zal wel mijn eigen dramatische ik zijn, maar ik verwachtte aldoor dat er opeens en uit het niets gigantische manden vol strijk en bergen afwas zouden opduiken, of boodschappenlijsten die minstens zeven winkelbezoeken omvatten, of een kapotte vaatwas, een lekkende dakgoot, een zieke puber, een mankende hond, of – het allerergste – een klas dictiekindjes die ik bij mijn lesvoorbereidingen schandelijk over het hoofd had gezien.

Ik had er zelfs nachtmerries van.

Vandaar het vele wandelen: kwestie van mijzelf weer richting te geven en het spinrag uit mijn hoofd te laten waaien. En kwestie van moe genoeg te zijn om ’s avonds als een blok in slaap te vallen.

Als je jarenlang en tegen beter weten in dagelijks een to-dolijst opstelt die verdacht veel lijkt op een jaarplan, dan doet het vreemd wanneer je agenda op een dag zo leeg blijkt als een uitgeblazen ei*.

Maar ik ben hoe dan ook van plan om er nog twee weken ontzettend van te genieten.

img_1060

* Hier stond oorspronkelijk een andere vergelijking, maar die heb ik geschrapt wegens te voor de hand liggend en bovendien: ik wil niet stoken. Ook al leest geen enkele Trump-voter mijn blog. Denk ik.

Groeten uit het Lijsternest # 2 – Bloed en drama

2016-11-02-13-31-53

Ik zou vandaag de wandeling van het Streuvelspad doen. Dat is een tochtje van dik 6 kilometer, dat hier aan de deur start. Nu moet ik toegeven: ik had al eens op de routeplanner gekeken of ik hier en daar een stuk kon afsnijden, voor als het te lang zou worden/ het te lastig zou worden/mijn voeten pijn zouden doen het zou regenen. Maar kijk: ik wandelde het hele ding af, meermaals vrolijk neuriënd en heel af en toe zelfs een beetje huppelend, behalve op de stukken waar het bergop ging, uiteraard. Daar had ik het te druk met hijgen.

2016-11-02-14-24-08   2016-11-02-13-36-48 2016-11-02-14-23-35   2016-11-02-14-18-53   2016-11-02-13-37-39   2016-11-02-13-31-42

Tegen het einde viel er al eens een druppel regen, maar toen was het al te laat om nog een binnenweg te nemen. En toen kreeg ik zeer aan mijn hiel. Daar zat een blaar op van 2 dagen geleden, die ik had opgelopen toen ik voor het eerst mijn steunzolen had uitgeprobeerd tijdens een wandeling. Ik had er veiligheidshalve een pleister op gelegd, maar helaas.

Dit was het resultaat bij aankomst in het Lijsternest – net voor een stevige plensbui, trouwens:

2016-11-02-18-48-46

Enfin. Ik ben best trots op mezelf. Het was een ontzettend mooie wandeling, getuige de foto’s, en ik veronderstel dat ik er deugd van heb gehad, al zal dat voor mijn voet net iets minder zijn. Maar wie maalt er om een voet? Het gaat toch om de gezonde geest, nietwaar?

(blablabla, blablabla.)

En als u mij nu wilt excuseren. Ik ga moet even gaan liggen, met mijn pikkels omhoog. Met een glas wijn en een stuk pizza erbij.

 

Groeten uit het Lijsternest #1

2016-11-01-10-33-50

En dan zit je daar: aan de schrijftafel van een illustere streekgenoot, met een leeg tafelblad zo groot als een bed en een uitzicht zoals je je dat alleen maar wensen kunt in dromen zonder einder. Van de weeromstuit bekruipt je een gevoel van onrust, omdat je beseft dat je voor het eerst in eeuwen niets anders te doen hebt dan dat: schrijven.

Schrijven.

Schrijven.

In dit huis hoeft niet gekookt, niet gewassen en niet gepoetst. Er zijn geen nota’s in de schoolagenda, geen kwijtgeraakt turngerief en geen godvergeten brooddozen. Er moeten geen vuile sokken of onderbroeken opgeraapt, geen ramen gelapt en zelfs even geen lessen voorbereid.

Er moet alleen geschreven worden.

Maar dat kan wachten. Heel even nog. Tot het beeld van de late mais die onophoudelijk knispert en ritselt – ook al staat er geen spiertje wind – iets minder hypnotiserend wordt en je aan iets anders kunt denken dan die ene zakdoek, rood met wit, zo’n vijfendertig jaar geleden. Hoe je hem vastbond in het midden van het eindeloze veld, zo prachtig goed verstopt dat niemand hem kon vinden. Hoe de zoektocht gestaakt moest worden omdat de boer in aantocht was voor de oogst. En hoe het ding ook daarna onvindbaar bleef. Niets schoot ervan over; geen reepje, geen draad, geen rafel.

En het geluid van de maaidorser daarbij.

 

2016-11-01-08-13-02

Een workshop! Een workshop!

writing

Tamtamtamtáááám.

Er zit een schrijfworkshop aan te komen, lieve mensjes. Als dát niet lang geleden is!

Oké, ik geef nu al geruime tijd de cursus Literaire Creatie aan het Conservatorium van Kortrijk (info hier), en dat is ook een soort van workshop. Maar dan eentje op lange termijn. Eentje voor wie mij drie jaar aan een stuk kan verdragen en eerlijk: dat is niet iedereen gegeven. Maar het was alweer een tijdje geleden dat u zich nog eens geheel vrijblijvend een dag bij mij kon komen uitleven. Eén dag keihard zwoegen en zweten op papier, en dan bent u weer van mij af.

Is dat niet mooi?

Wel zie: volgende week kan dat. Op vrijdag 26 augustus sta ik van 10u tot 17u geheel te uwer beschikking in het mooie Diksmuide. Er is natuur, er is papier en inkt, ik ben er en hopelijk bent u er ook!

Inschrijven kan nog, en wel hier!

 

Het schoonste beroep ter wereld

Deze morgen haalde ik voor het eerst in maanden mijn fiets van stal: het was mooi weer en ik had nog foto’s nodig voor een kinderboek over treinen waaraan ik momenteel de laatste hand leg. Hier om de hoek hebben wij toevallig een oud treinstation, met vlak daarbij een fietsroute die door de oude spoorwegbedding loopt. Ik vertrok dus vol goede moed, fietste, maakte foto’s en fietste nog wat. (hijg hijg) Al snel had ik door dat nergens nog iets van de oude spoorweg te zien was, dus besloot ik om gewoon maar wat te fietsen. Tot in Spiere zou ik gaan, om daar even dag te zeggen tegen een vriendin. Maar Spiere is ver (hijg hijg), zag ik op mijn gps. Enfin, toch voor een totaal ongeoefende fietser als ik, bij deze temperaturen en zonder water (ik weet het: van enige grondige voorbereiding heeft men mij nog nooit kunnen betichten).

Maar goed.

Om een lang verhaal kort te maken: ik kwam aan bij het kanaal Bossuit-Kortrijk. En daar zag ik een boot. En nog een. En nog een. Twee minuten later was ik in gesprek met de mannen van de Waterwegen. Er groeide een nieuw boek in mijn hoofd. Ik verzamelde feitjes, websites en telefoonnummers, om misschien ooit eens mee te varen op een inspectietocht. Het boek groeide. Nog een kwartier later zat ik aan de overkant van datzelfde kanaal, in de kajuit bij een gepensioneerd Brits koppel, dat mij honderduit over hun leven op het water vertelde. We lachten en wisselden verhalen uit over waterhoentjes, meerkoeten, eksters en zwanen. Het boek was ondertussen onontkoombaar geworden.

Ik wil maar zeggen: het was een prachtige morgen en ik heb effenaf het schoonste beroep ter wereld.

2016-06-07 10.27.35  2016-06-07 12.02.21  2016-06-07 11.37.25  2016-06-07 11.39.59-2    2016-06-07 10.30.25  2016-06-07 10.12.39