het roodborstje en de mol

IJsvogel

(Neen, dit is geen roodborstje. En ook geen mol. Lees gewoon even verder, oké?)

Ik dacht: misschien moet ik maar eens bloggen over de vogels in de tuin.

Het is niet dat er anders veel spannende dinges gebeuren in mijn leven momenteel. Neen, qua drama en opwinding valt er heden ten dage bitter weinig te vertellen. Of ik zou het over mijn heerlijk zachte pantoffels, een stukje Lindt-chocolade of om een occasioneel blokje om moeten hebben – mijn persoonlijke dagelijkse hoogtepunten.

Neen. De vogels dan.

Meer lezen

Dat van die stofzuiger

We hebben een stofzuiger gekocht voor de Zonen.

Die hadden ze vandoen. Sinds begin deze maand hebben ze namelijk samen een appartement te onderhouden in Gent. En dat lukt niet zo goed met stoffer en blik.  Vandaar dus de aankoop – zodat ze alles perfect proper kunnen houden.

borstel

Een en ander heeft te maken met het vooruitzicht dat ik er binnenkort niet meer ben om aan de alarmbel te trekken wanneer het de spuigaten uit loopt. (Geen paniek. Dat klinkt dramatischer dan het is. Hier leest u waar het écht over gaat.) Want de jongens gaan niet mee naar Costa Rica. Zij blijven hier om hun studies af te maken – met de plechtige belofte van ons daarna te volgen, natuurlijk. Daar heb ik ze maar een heel klein beetje toe gedwongen.
En dus zullen ze helemaal voor zichzelf moeten zorgen. Koken, wassen, kuisen.
De hele reutemeteut. Meer lezen

Dat ik mijn tweede armpje mis, verdomme

Wat ik heb geleerd van mijn schouderoperatie?

Een heleboel. Maar vooral dit: hoe moeilijk het is om dingen te doen met één arm. En daarbij aansluitend: hoe weinig we erbij stil staan dat we voor nagenoeg alles onze beide handen gebruiken. Hoe erg ik mijn tweede armpje mis, dus.
Daarom, hierbij een lijstje van Dingen-die-je-niet-of-moeilijk-kunt-met-één-hand: Meer lezen

Het geluid van de schaar bij je oor

De Dochter heeft mijn haar geknipt.

Dat komt zo: een paar weken geleden had ik een afspraak bij de kapper. Om te knippen en te kleuren. Maar ik voelde me een beetje ziek die ochtend, dus belde ik af. Het is ook niet zó dringend, dacht ik daarbij. En dat ik het nog wel heel even kon houden, met dat onverzorgde hoofd van mij.

Nou. Dat viel tegen.
Meer lezen

Neerwaartse hond

Gisterenmorgen was zonder twijfel het spannendste moment van de week: zou ik uit mijn bed raken of niet? En indien ja: op welke manier?

Ik was een dag eerder namelijk voor het eerst naar de yogales geweest. Om 7u ’s morgens, om precies te zijn. Gezien de rit naar de yogaplek 25 minuten bedroeg, betekende dat om 5u50 opstaan. Jep. U leest het goed. VIJF. UUR. VIJFTIG. Oftewel: tien voor zes. Op een vrije ochtend. Meer lezen

Radioactief

Ik moest deze middag een botscan.

De aanleiding daarvoor was mijn zere voet, die er een dikke week geleden voor zorgde dat ik als (schrappen wat niet past) diva / rockster-op-rust / oud-wijf in een rolstoel door de luchthavens van San José en Ciudad de México racete. Daarom kreeg ik deze morgen een injectie ter voorbereiding.

Ik zou voor de rest van de dag radioactief zijn, wist de verpleegster mij te vertellen. Meer lezen

Ne frak van een Dutske sarze

Tot een jaar geleden wist ik nauwelijks wat een podcast was. Ik ben er nog steeds niet in thuis, maar ik durf er af en toe wel eentje te beluisteren. En dit is een specialleke. Gemaakt door een vriendin, en met bijdrages van de Dochter en mijn jonge en minder jonge cursisten.

Waarom u dit gewoon móet horen:

Omdat het gaat over naaimachines die zichzelf terugverdienen, over meisjes die op hun elfde andermans huishouden deden en over vluchten voor de bommen in je bloot gat. Over plooirokskes op de kostschool, vechten voor lange broeks voor ’t vrouwvolk, olifantenpijpen en laqué schoenen. Over flashy fluovesten, ontplofte froufrous, epauletten en kakbroeken.

En omdat de dingen au fond net iets minder veranderen dan u had gedacht.

Luisteren kan hier.

 

 

De jeugd van tegenwoordig

Ik was dit weekend op een feestje waar weinig foto’s van bestaan. Misschien wel geen, als je die donkere, onscherpe afdruk van mij hieronder buiten beschouwing laat. Dat zijn de beste feestjes, trouwens, wanneer iedereen het te druk heeft met zich te amuseren.

Ik kan u dus geen beelden laten zien

van hoe man en kinders hun spierballen lieten rollen om de partytent in de weide op te zetten. Hoe de vrienden van de Zoon met zware bakken vol platen, platendraaiers, kabels en boxen (Neen, moeder. Dat is een sound. Een sound!) kwamen aansleuren, met als indrukwekkend resultaat dat we ons de hele avond op ons eigenste privéfestival waanden. Hoe de buren hielpen met het koelen van drank, het lenen van stoelen en tafels en laat op de avond nog een pint kwamen meedrinken. Hoe een van de jongens tussendoor een uurtje of twee in onze woonkamer kwam zitten om te studeren voor zijn laatste examen de dag erna. Hoe een publiek van een 40-tal voornamelijk 15- tot 24-jarigen tot laat in de nacht rond het vuur zat te chillen en op klokslag middernacht de Echtgenoot kwam feliciteren met zijn verjaardag – ook al was het niet zijn feest, maar dat van de Zoon. U zult mij op mijn woord moeten geloven.

Ze kwamen van overal

– van Avelgem en Gent, van Brazilië en Ecuador, van Marokko en Zottegem –, ze hadden netjes knipte haren of gigantische dreads, ze droegen merkkledij of gescheurde broeken, studeerden of werkten. En ze waren stuk voor stuk fantastisch. Ze deelden hun drank, tenten en sigaretten, liepen verloren op weg naar de pittazaak en stapelden zich dankbaar in dubbele rijen op de achterbank van mijn autootje toen ze werden opgepikt. Ze trokken hun natte schoenen uit voor ze ’s morgens het huis binnen kwamen nadat een van hun tenten onder water was gelopen en waren dankbaar voor een droge trui en sokken. Ze maakten geen puinhoop van de weide, van de toiletten of ons huis, en lieten alles netjes achter. Ik had alleen gehoopt dat ze iets meer honger zouden hebben bij het ontbijt. (Echt waar, gasten. Ik heb nog overschot voor dágen!)

Het gaat dus wel goed met de jeugd van tegenwoordig,

als u het mij vraagt. Alvast met het deel dat met mijn kinderen bevriend is en dit weekend hier passeerde. Waarvoor dank. Ik hoop van harte dat er nog dergelijke feestjes zullen volgen. Als jullie beloven de volgende keer alle croissants op te eten.

 

 

5x Bambi

Niet ademen om te overleven

We hadden gehoopt op eentje, of twee. We vonden er vijf. Vijf babyhertjes, waarvan eentje pasgeboren. Het was nog niet eens helemaal droog.

De tegenstelling tussen volwassen herten en hun jongen kan onmogelijk groter zijn. Waar de grotere exemplaren de aandacht trekken door hun snelheid en beweeglijkheid, liggen hun jongen doodstil. Daar hangen hun overlevingskansen van af. Als er gevaar dreigt, vlucht de kudde weg. Wie te klein is om snel te rennen, blijft achter. Onbeweeglijk. Zonder te knipperen. Zonder te kwispelen. Zelfs zonder adem te halen. Tot het gevaar is geweken en de kudde hen weer ophaalt.

Ik had medelijden met de moeders én de jongen. Zoveel angst en stress op een zomerse zondagmorgen. Maar de nieuwsgierigheid was groter.

De kunst van dood spelen

We zijn uiteraard braaf geweest, de Echtgenoot en ik. We hebben ze niet aangeraakt. Alleen een paar foto’s gemaakt van op enkele meters afstand. Ook de baby’s zijn braaf geweest. Ze deden precies wat er van hen verwacht werd: doen alsof ze morsdood waren. Zelfs niet met hun (grote) ogen knipperen en nauwelijks ademen.

Maar bij eentje ging het mis.

4 onbeweeglijke baby’s en 1 hyperkineet

Nummer 5 bleek een hyperkineet. Onbeweeglijk blijven liggen terwijl twee idioten tussen de netels door een foto van je proberen te nemen duurde hem te lang. Dus sprong hij plots op – ik belandde van schrik net niet in de netels – en rende er op hoge, lichtjes scheve pootjes vandoor. Voor een baby ging hij razendsnel. Toch vond ik dat hij een inschattingsfout maakte. Toegegeven: ik had hem onmogelijk kunnen inhalen, maar ik vrees dat het voor een echt roofdier (of een van mijn honden) een eitje was geweest.

Ik hoorde het zijn moeder zo zeggen: Kind. Mijn hart stond stil. Wil je dat nooit meer doen?