Ne frak van een Dutske sarze

Tot een jaar geleden wist ik nauwelijks wat een podcast was. Ik ben er nog steeds niet in thuis, maar ik durf er af en toe wel eentje te beluisteren. En dit is een specialleke. Gemaakt door een vriendin, en met bijdrages van de Dochter en mijn jonge en minder jonge cursisten.

Waarom u dit gewoon móet horen:

Omdat het gaat over naaimachines die zichzelf terugverdienen, over meisjes die op hun elfde andermans huishouden deden en over vluchten voor de bommen in je bloot gat. Over plooirokskes op de kostschool, vechten voor lange broeks voor ’t vrouwvolk, olifantenpijpen en laqué schoenen. Over flashy fluovesten, ontplofte froufrous, epauletten en kakbroeken.

En omdat de dingen au fond net iets minder veranderen dan u had gedacht.

Luisteren kan hier.

 

 

De jeugd van tegenwoordig

Ik was dit weekend op een feestje waar weinig foto’s van bestaan. Misschien wel geen, als je die donkere, onscherpe afdruk van mij hieronder buiten beschouwing laat. Dat zijn de beste feestjes, trouwens, wanneer iedereen het te druk heeft met zich te amuseren.

Ik kan u dus geen beelden laten zien

van hoe man en kinders hun spierballen lieten rollen om de partytent in de weide op te zetten. Hoe de vrienden van de Zoon met zware bakken vol platen, platendraaiers, kabels en boxen (Neen, moeder. Dat is een sound. Een sound!) kwamen aansleuren, met als indrukwekkend resultaat dat we ons de hele avond op ons eigenste privéfestival waanden. Hoe de buren hielpen met het koelen van drank, het lenen van stoelen en tafels en laat op de avond nog een pint kwamen meedrinken. Hoe een van de jongens tussendoor een uurtje of twee in onze woonkamer kwam zitten om te studeren voor zijn laatste examen de dag erna. Hoe een publiek van een 40-tal voornamelijk 15- tot 24-jarigen tot laat in de nacht rond het vuur zat te chillen en op klokslag middernacht de Echtgenoot kwam feliciteren met zijn verjaardag – ook al was het niet zijn feest, maar dat van de Zoon. U zult mij op mijn woord moeten geloven.

Ze kwamen van overal

– van Avelgem en Gent, van Brazilië en Ecuador, van Marokko en Zottegem –, ze hadden netjes knipte haren of gigantische dreads, ze droegen merkkledij of gescheurde broeken, studeerden of werkten. En ze waren stuk voor stuk fantastisch. Ze deelden hun drank, tenten en sigaretten, liepen verloren op weg naar de pittazaak en stapelden zich dankbaar in dubbele rijen op de achterbank van mijn autootje toen ze werden opgepikt. Ze trokken hun natte schoenen uit voor ze ’s morgens het huis binnen kwamen nadat een van hun tenten onder water was gelopen en waren dankbaar voor een droge trui en sokken. Ze maakten geen puinhoop van de weide, van de toiletten of ons huis, en lieten alles netjes achter. Ik had alleen gehoopt dat ze iets meer honger zouden hebben bij het ontbijt. (Echt waar, gasten. Ik heb nog overschot voor dágen!)

Het gaat dus wel goed met de jeugd van tegenwoordig,

als u het mij vraagt. Alvast met het deel dat met mijn kinderen bevriend is en dit weekend hier passeerde. Waarvoor dank. Ik hoop van harte dat er nog dergelijke feestjes zullen volgen. Als jullie beloven de volgende keer alle croissants op te eten.

 

 

5x Bambi

Niet ademen om te overleven

We hadden gehoopt op eentje, of twee. We vonden er vijf. Vijf babyhertjes, waarvan eentje pasgeboren. Het was nog niet eens helemaal droog.

De tegenstelling tussen volwassen herten en hun jongen kan onmogelijk groter zijn. Waar de grotere exemplaren de aandacht trekken door hun snelheid en beweeglijkheid, liggen hun jongen doodstil. Daar hangen hun overlevingskansen van af. Als er gevaar dreigt, vlucht de kudde weg. Wie te klein is om snel te rennen, blijft achter. Onbeweeglijk. Zonder te knipperen. Zonder te kwispelen. Zelfs zonder adem te halen. Tot het gevaar is geweken en de kudde hen weer ophaalt.

Ik had medelijden met de moeders én de jongen. Zoveel angst en stress op een zomerse zondagmorgen. Maar de nieuwsgierigheid was groter.

De kunst van dood spelen

We zijn uiteraard braaf geweest, de Echtgenoot en ik. We hebben ze niet aangeraakt. Alleen een paar foto’s gemaakt van op enkele meters afstand. Ook de baby’s zijn braaf geweest. Ze deden precies wat er van hen verwacht werd: doen alsof ze morsdood waren. Zelfs niet met hun (grote) ogen knipperen en nauwelijks ademen.

Maar bij eentje ging het mis.

4 onbeweeglijke baby’s en 1 hyperkineet

Nummer 5 bleek een hyperkineet. Onbeweeglijk blijven liggen terwijl twee idioten tussen de netels door een foto van je proberen te nemen duurde hem te lang. Dus sprong hij plots op – ik belandde van schrik net niet in de netels – en rende er op hoge, lichtjes scheve pootjes vandoor. Voor een baby ging hij razendsnel. Toch vond ik dat hij een inschattingsfout maakte. Toegegeven: ik had hem onmogelijk kunnen inhalen, maar ik vrees dat het voor een echt roofdier (of een van mijn honden) een eitje was geweest.

Ik hoorde het zijn moeder zo zeggen: Kind. Mijn hart stond stil. Wil je dat nooit meer doen?

 

Afscheid

2015-01-23 13.02.19-1

2015 was een jaar van pijn en verlies en moeilijke beslissingen. Het was uiteraard ook een jaar met lichtpunten en mooie momenten, en dat we positief moeten blijven, dat het erger had gekund, dat alles niet zo zwart is en nog veel meer. Maar daar heb ik vandaag geen boodschap aan. Sorry.

2015 was het jaar dat begon met een allerlaatste kans die niet doorging, er volgde een ongeval waarbij iemand net geen arm of het leven verloor, een liefste nonkel die stierf, vriendschap die reddeloos verloren leek, een pracht van een huisdier dat na elf jaar op was, pijn – fysiek en anders –, een onvoorziene en erg dure renovatie net na het boeken van de droomreis, slapeloze nachten, nog meer pijn, juridische kwesties en een plots gevoel van immense onveiligheid die zich niet meer laat verjagen.
En toen werd het opeens nog het jaar dat eindigde met een verdomd moeilijke beslissing.

Deze morgen hebben we afscheid genomen van Niccolo. Hij was net geen jaar bij ons. Niccolo was een van de liefste, mooiste, grappigste en vrolijkste honden die ooit hebben rondgehuppeld.

Wij zullen hem ontzettend hard missen.

2016-01-01 20.51.28

geluk uit een boekje

image

Het is woensdagnamiddag en de zon schijnt. De kinders zijn gevoederd, gevoerd of opgehaald en aan het studeren. En ik zit in mijn schrijfkot.

 

Opa komt langs met zijn jongste kleindochter. Ze zijn uit wandelen geweest, en daarover moet uitvoerig verteld. Niet door opa uiteraard, die krijgt er geen letter tussen. H. kwettert als een vrolijk vogeljong, terwijl haar vlechten op en neer wippen. Daarna wil ze tekenen. Ik doe haar een boek kadoo en ze huppelt de deur uit.

 

De thee is dampend heet en mijn laptop staat aan. Het document is niet meer blanco, want ik kreeg net een idee voor een nieuw Zoepermanboek.

 

Veel beter kan het niet meer worden.

de Man en zijn Zoon

Waarom hij uit die doodlopende straat kwam gereden, wilden de politieagenten weten. Was hij misschien gaan sluikstorten?

Dat hij daar woonde, antwoordde de Man. En neen, hij was niet gaan sluikstorten. Anders had er niet zoveel afval in zijn aanhangwagen gezeten.

Waarom hij dan niet naar het containerpark reed? Dat dat de andere kant op was. En wat had hij bij dat huis te zoeken als hij elders woonde?

Dat hij daar kwam werken, antwoordde de Man. En dat hij helemaal niet naar het containerpark moest. Integendeel. Hij kwam de rest van het afval ophalen, samen met zijn Zoon, die naast hem in de wagen had gezeten.

Dat ze dan wel eens zijn papieren wilden zien. En zijn autopapieren. En controleren of die aanhangwagen van hem was. Want die zou wel eens gestolen kunnen zijn.

Zijn papieren klopten. En noch de auto, noch de aanhangwagen bleken gestolen.

De politieagenten telefoneerden druk over en weer, en overlegden.

Was die aanhangwagen trouwens reglementair?

Nog meer papieren en getelefoneer.

Ook dat bleek in orde.

Of hij dan maar eens wilde blazen?

Ach. Waarom niet.

Maar ook dat bleek in orde. Uiteraard, om half elf morgens.

 

De politiemannen hadden zich de moeite kunnen besparen. Evenals de rit, waarbij ze de Man waren gevolgd, van de hoek van de doodlopende straat tot aan de woning tien straten verderop. Maar er waren nu eenmaal verdachte dinges gesignaleerd. En dan kun je beter waakzaam zijn. Zeker in een doodlopende straat. En al helemaal bij verdacht uitziende individuen van vreemde origine, zoals de Man en zijn Zoon.

En misschien ook nog douchegel en shampoo

Hij is vertrokken.

Zeventien is hij, en dus al lang geen kind meer. De tijd waarin je zijn kleren voor op kamp in handige waterdichte pakjes stak – voor elke dag weg van huis een verse onderbroek, T-shirt, short, trui en kousen, én een extra pakje voor je-weet-maar-nooit – is lang vervlogen. Hij maakt nu zelf zijn rugzak. Enkel bij de logistieke ondersteuning mag je nog helpen. Want die wordt er jaar na jaar niet makkelijker op.

Voor wie zeventien is, is het kamp van de jeugdbeweging meer dan alleen maar een week uit kamperen. Eerst is er HET VOORKAMP. Daar worden ettelijke fietskilometers vermaald (zo’n 180 in anderhalve dag), een concert bijgewoond in Brugge en Ostend Beach en waar ze slapen onderweg, dat zien ze nog wel. Alsof dat allemaal niet genoeg is, moet er eerst nog opgetreden. Met de band, weet u wel, en de rest van de jeugdbeweging komt supporteren. Zo’n kleine honderd kilometer verderop, dus moet die fiets daar ter plekke raken. Net als de bagage voor de eerste dagen onderweg, de instrumenten en de geluidsinstallatie. En de Zoon, niet te vergeten.

Daar moet jij gelukkig niet bij helpen. Je man rijdt, want de hele handel moet in de aanhangwagen en de Zoon kan jou ocharme toch niet vragen om de stad in te rijden met zo’n ding. Het idee! Neen, jij moet alleen even de checklist overlopen. En snel nog geld gaan pinnen, haargel kopen en medicijnen halen, want hij zit sinds gisteren met zo’n vieze hoest, en zijn keel doet ook al een beetje pijn. Maar erg is dat niet. Het wordt alleen wat moeilijk zingen, straks op het podium.

En dan is hij weg.

Zonder de hoestsiroop uiteraard, die op tafel is blijven staan. En zonder de sjaal voor zijn zere keel. Zonder handdoeken ook, maar dat geeft niet. Want de echte bagage vertrekt met de bus en moet zondag pas binnengebracht worden. Dus heb je nog ruim de tijd om alles rustig te controleren. Om zijn zwembroek, een strandlaken en een paar extra sokken in de rugzak te steken. En misschien ook nog douchegel en shampoo. Dat komt altijd van pas. Ook al hebben zijn leiders gezegd dat de jongens niet te veel moesten inpakken. ‘Want het is een mannenkamp, en dan geeft het niet als je stinkt.’

Je zucht. Je kijkt ernaar uit tot hij terug is. En stiekem hoop je dat hij het smerigste deel van zijn bagage onderweg ergens achterlaat.

 

Eindejaarsopruimwoede

Het is al enkele jaren aan de gang, maar vorige week merkte ik voor het eerst dat het menens was. Het drong tot me door toen ik – na het leegmaken, ontvetten en anderzijds schoonmaken van keukenkasten – plots een vaatwasser vol speelgoed had. Want ook de poppen en de dino’s konden dringend een wasbeurt gebruiken. Volgende week zijn trouwens de duplo’s en de lego’s aan de beurt. Dat kan ik prima combineren met de schoonmaak van de resterende keukenkasten én het opruimen van mijn bureau.

2013-12-22 14.23.25

Enfin.
Het blijkt dus elk jaar opnieuw van dat. Als het einde van december nadert, gebeurt er iets vreemds in mijn hoofd. Terwijl andere mensen focussen op wat écht belangrijk is – het kerstmenu, de ballen, de kaartjes, voor mijn part zelfs een kalkoen of twee – loop ik als een kip zonder kop rond en probeer alsnog mijn hele huishouden op orde te krijgen voor de jaarwisseling. Diep vanbinnen weet ik dat het een verloren strijd is, maar toch werp ik me telkens weer als een verbeten gek in de arena. Het zal mijn aangeboren gevoel voor melodrama wel zijn.

Maar er is hoop!
Ik heb de indruk dat ik elk jaar een beetje dichter bij het werkelijk doel kom: een schoon en proper huis, met enige zin voor orde en systematiek. Met nog slechts één lade voor brol, in plaats van de van oudsher drie of vier. Met nog slechts twee kasten die ik nooit durf open te maken, omdat alles er geheid uitgedonderd komt. Zonder dozen vol afgedankte schoenen, kleren waar de kinders uit gegroeid zijn, speelgoed waarmee ze nooit meer spelen en kousen waarvan je de tweede niet kunt vinden. Een huis zoals het hoort, dus. Ooit moet het haalbaar zijn. Ooit.

Ondertussen vind ik dat ik stilaan een expert word in alternatieve kuismiddelen. Zoals het speelgoed in de vaatwasser, de knuffels in de kussenslopen in de wasmachine, en de Ikea-bakken waarin je alles stilletjes kunt laten verdwijnen zonder dat een haan (of een kind) ernaar kraait.