de Man en zijn Zoon

Waarom hij uit die doodlopende straat kwam gereden, wilden de politieagenten weten. Was hij misschien gaan sluikstorten?
Dat hij daar woonde, antwoordde de Man. En neen, hij was niet gaan sluikstorten. Anders had er niet zoveel afval in zijn aanhangwagen gezeten.
Waarom hij dan niet naar het containerpark reed? Dat dat de andere kant op was. En wat had hij bij dat huis te zoeken als hij elders woonde?
Dat hij daar kwam werken, antwoordde de Man. En dat hij helemaal niet naar het containerpark moest. Integendeel. Hij kwam de rest van het afval ophalen, samen met zijn Zoon, die naast hem in de wagen had gezeten.
Dat ze dan wel eens zijn papieren wilden zien. En zijn autopapieren. En controleren of die aanhangwagen van hem was. Want die zou wel eens gestolen kunnen zijn.
Zijn papieren klopten. En noch de auto, noch de aanhangwagen bleken gestolen.

De politieagenten telefoneerden druk over en weer, en overlegden.
Was die aanhangwagen trouwens reglementair?
Nog meer papieren en getelefoneer.
Ook dat bleek in orde.
Of hij dan maar eens wilde blazen?
Ach. Waarom niet.
Maar ook dat bleek in orde. Uiteraard, om half elf morgens.

De politiemannen hadden zich de moeite kunnen besparen. Evenals de rit, waarbij ze de Man waren gevolgd, van de hoek van de doodlopende straat tot aan de woning tien straten verderop. Maar er waren nu eenmaal verdachte dinges gesignaleerd. En dan kun je beter waakzaam zijn. Zeker in een doodlopende straat. En al helemaal bij verdacht uitziende individuen van vreemde origine, zoals de Man en zijn Zoon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *